DOE Logo
printer Printer vriendelijke versie

Interview Walter Lotens (Paramaribo Post) met Marten Schalkwijk

“We moeten frisse ideeën in de ring zetten”

Intro

Ex- BUZA-ambtenaar, sociale wetenschapper, adviseur van NGO's en diep religieus man met een late politieke roeping. In 2000 stond hij ineens in de politieke arena met DOE waarvan hij nu voorzitter is. Schalkwijk (1955) is een apolitiek politicus met een lange adem: “Ik ben niet uit op korte-termijnsuccessen.”

Er klinkt reggaemuziek in het NIKOS-kantoor van waaruit Marten Schalkwijk zijn instituut voor kaderontwikkeling en onderzoek leidt. De kleine ruimte is volgestouwd met boeken en rapporten. Tegen de muur hangt een grote affiche. “Flying for life” van de “Mission Aviation Fellowship”. De voorzitter van DOE heeft blijkbaar verschillende petjes op. Wie zou op het eerste gezicht de strenge studax Schalkwijk in verband gebracht hebben met Bob Marley? Hij merkt mijn verbazing. “Ik heb ook een jaartje op Jamaica gestudeerd”, verklaart de doctor in de sociologie lachend.

En in 1994 schreef hij een boek “Suriname, het steentje in de Nederlandse schoen”. Goed gecomponeerd, maar het kreeg weinig aandacht. “Surinamers lezen niet veel, laat staan schrijven”, merkt Schalkwijk op. Inmiddels werkt hij aan een nieuw boek over Suriname. “Ik heb nu één hoofdstuk af. Mijn zoon van zestien gaf mij een compliment en dat stimuleert. Alleen de tijd is een groot probleem”, zucht hij.

Eén beduimeld boek met veel leeswijzers houdt hij binnen handbereik. Het is “De verworpenen der aarde” van Frantz Fanon, een Antilliaanse-Algerijnse psychoanalyst, filosoof en vrijheidsstrijder. “Ik las het pas weer en het is nog steeds actueel”, benadrukt Schalkwijk. Fanon zal in de loop van ons gesprek een belangrijke rol vervullen.

Heeft Schalkwijk geen hinder van de petjes die hij draagt? “Als je integer bent, maakt het geen verschil welke pet je op hebt. Ik typeer mezelf als een democratisch ingesteld, functioneel en structureel denkend, output georienteerd, progressief nationalist en christen. Aan labels heb ik de pest. In Suriname probeert men je snel te labelen en uit te schakelen, wanneer je niet tot hetzelfde hok als de ander behoort. De politiek is daar sterk in en werkt zo deskundigheid weg.”

Verliezen

Schalkwijk grijpt naar zijn beduimelde boek en zoekt een passage over politieke partijen en vriendjespolitiek. Hij citeert op dicteersnelheid: “De leiders van de partij .... herinneren het volk er steeds weer aan dat het stil moet zijn in de gelederen. Deze partij die verklaarde de dienaar van het volk te zijn, haast zich het volk terug te sturen in zijn hol zodra het koloniale bewind haar het land heeft overgedragen. Partijen die zich nationaal noemen, gaan zich gedragen als etnische partijen, het zijn partijgeworden stammen. Deze leiders verkopen het land aan haar verschrikkelijkste vijand: de domheid.” Schalkwijk slaat het boek dicht en becommentarieert: “Dat zijn visionaire uitspraken. Het verschijnsel van partijgeworden stammen vind je ook in Suriname.”

Op 25 mei 2000 participeerde DOE in de verkiezingen, maar de jonge partij viel buiten de prijzen. “Wij hadden gehoopt op een zetel om zo nieuwe wetgeving te kunnen initiëren. Op de vraag of dat een teleurstelling was, antwoordt hij lachend “de Amerikanen zeggen dat je eerst moet leren verliezen om te leren winnen”. “Ik heb die avond na de verkiezingen goed geslapen. We geloven immers in onze zaak en hebben ons best gedaan. We waren met 3700 stemmen in Paramaribo de vijfde grootste partij in een veld van zeventien partijen. Toch niet slecht?” Schalkwijk benadrukt dat DOE vooral een voorbeeldfunctie wilde hebben. “We wilden aantonen dat campagne voeren anders kon: veel zakelijker. En dat is gelukt.”

Schalkwijk gaat de interne perikelen die zich binnen DOE hebben voorgedaan niet uit de weg.“Er zijn inderdaad mensen van het eerste uur weggegaan, maar die zijn niet uit de partij gezet. Winston Wirth is zelf vertrokken nadat zijn solo-optreden geen zetel opleverde en Monique Essed-Fernandes werd inactief en is bij de laatste bestuursverkiezingen door de kernen niet meer als voorzitter voorgedragen. Zij vertrok toen ook, maar het was geen splitsing. Onze interne democratie is getest en we zijn er sterker uit gekomen.”

Schalkwijk denkt dat er zeker behoefte is aan ‘echt vernieuwende' partijen. “Bijna een derde van de stemmen ging naar kleine partijen, maar vanwege het onrechtvaardige kiessysteem is dat niet in DNA- zetels vertaald. Bij een landelijk evenredig stelsel hadden wij wel een zetel gehaald. Wij zijn van nul naar 4.600 stemmen gegaan en kunnen alleen maar groeien. De balans moet pas worden opgemaakt na de derde verkiezingen. Als onze ideeën dan nog niet aanslaan, moet ik plaats maken voor de volgende generatie. Je moet niet te lang blijven hangen, anders krijg je verstarring. Maar politiek is wel iets van lange adem en ik heb die lange adem.”

Binnen de bestaande partijen is er echter te weinig interne democratie voor een goede doorstroming, vindt de voorzitter. “Dat is één van de redenen waarom er steeds nieuwe partijen ontstaan. Het verschil van mening binnen een partij wordt meestal beslecht in het voordeel van de voorzitter. De verliezende factie komt niet meer aan bod. Daarom bestaan er zovele afsplitsingen van de moederpartijen, die soms weer verder versplinteren. Die afsplitsingen leiden meestal geen lang leven omdat hun fundament niet goed is. Het is teveel een ‘afzetten tegen' en niet een ‘inzetten voor' iets. Voor echt vernieuwende partijen met een duidelijke ideologie is er wel ruimte, maar het politieke veld wordt vervuild door al die revanchistische afsplitsingen. Dat is voor de kiezers soms moeilijk uit elkaar te halen. Toch zal het de kiezer moeten zijn die vernieuwing brengt.”

Mentaliteitsomslag

“Leiderschap is een belangrijke issue om tot vernieuwing te komen. De meeste politici zijn geen echte leiders, meer administrateurs die de plantage een beetje draaiende houden en regelmatig wat in eigen zak stoppen. De verworven politieke macht wordt niet ingezet om de positie van de armen te verbeteren en produktie te verhogen. De mentaliteitsomslag moet van de kiezer komen, die moet herkennen wie echte leiders zijn en wie hen als stemvee misbruiken.” Schalkwijk grijpt opnieuw naar Fanon en leest: “Verantwoordelijkheid dragen in een onderontwikkeld land wil zeggen dat alles uiteindelijk berust op de vorming van de massa's, op het verheffen van het denken, op wat men al te snel politisering noemt. Vaak gelooft men inderdaad, met een misdadige lichtzinnigheid dat het voldoende is dat de leider op een schoolmeesterachtige toon praat over belangrijke actuele zaken, om af te zijn van de dwingende plicht om de massa's te politiseren.” Schalkwijk zelf: “Dat is nou precies wat veel leiders in Suriname doen. Als je vanaf het podium een massa kunt opzwepen, ben je een goede leider. Dat is totaal verkeerd. Daarom hebben wij vanuit DOE bewust gekozen om geen massameetings te houden, maar om in kleinere eenheden te werken. Onze bedoeling is om met de burgers in gesprek te geraken en hun te laten zien dat er een weg uit de malaise is. Wat heeft goedkoop populisme die grote massa's uiteindelijk opgeleverd? “

Word je als democratische leider dan niet een beetje weggehoond in een land waar men graag opkijkt naar sterke figuren? “Ja natuurlijk, democratische leiders vindt men slappe leiders. Men houdt van het drillerige. Nou, dat ben ik absoluut niet. Men moet mensen de ruimte geven. Inderdaad kunnen sommige mensen met die ruimte niets doen en anderen misbruiken het. Democratisch leiderschap houdt een zeker risico in binnen deze autoritaire samenleving, maar dat betekent niet dat het slecht leiderschap is. Het zal alleen wat langer duren. Daarom moeten onze kaders getraind worden. Daar zijn we nu mee bezig. Het is een moeilijke en moeizame weg, maar een andere is er niet. Je kunt niet beweren te democratiseren en ondertussen het oude leiderschap blijven reproduceren.” Ineens denkt Schalkwijk weer aan een toepasselijke passage uit Frantz Fanon. Hij leest: “Als de bouw van een brug niet het bewustzijn van hen die eraan werken verrijkt, dan moet die brug maar niet gebouwd worden. Laten de bewoners de rivier dan maar zwemmend of met een pont overgaan. Die brug moet niet geparachuteerd worden en opgelegd worden aan de samenleving. Zij moet voortkomen uit de hersens en de spieren van de burgers.” In de kantlijn staat met potlood ‘Bosje' geschreven. “Het gaat niet over de brug, maar over de visie erachter. Die brug had een middel moeten zijn om de mensen in Commewijne te motiveren en te stimuleren. Dan pas praat je over ontwikkeling. Het kan toch niet dat die opdracht in een achterkamertje plaats vindt en insiders alvast gronden verwerven aan de Commewijnekant! Het ging niet om de ontwikkeling van Commewijne, maar om geld maken, prestige en verkiezingswinst. Dat is weer het verkeerde leiderschap.”

Regeringsbootje

Marten Schalkwijk typeert de huidige regeerstijl als een soort don't rock the boat-democratie . “Venetiaan probeert zijn regeringsbootje al schipperend in evenwicht te houden. Geen golven maken, problemen toedekken en zaken vooruitschuiven. De president durft de ministers die duidelijk niet voldoen niet opnieuw over de posten te verdelen, want dat geeft een slecht imago aan het Front. Pappen en nathouden dus. Dat is een overlevingsstrategie die geen ontwikkeling brengt. De regering hoopt op een paar grote buitenlandse investeringen uit de bauxiet- en goudsector om het oude renteniersleventje te kunnen voortzetten. Op die manier hoeft men de ambtenarij niet aan te pakken. Afromen van het staatsapparaat, dat een partijapparaat is geworden, kan men niet straffeloos blijven doen.”

Schalkwijk volgt de relatie tussen Suriname en Nederland als oud BUZA-ambtenaar nog steeds. Heeft Nederland de ontwikkeling van Suriname gesaboteerd, zoals president Venetiaan in de Assemblee beweerde?

“Het is zeker zo dat Nederland ook een politieke agenda ten aanzien van Suriname had en nog steeds heeft, maar men staat niet ongunstig tegen de regering Venetiaan. Onze regering moet niet overal spoken zien. We moeten ook een keer naar onze fouten durven te kijken. Er is te weinig ministerieel overleg en onze diplomatie is door vriendjespolitiek al jaren lamgeslagen. Er zijn nauwelijks vernieuwende ideeën gekomen en men houdt hier krampachtig vast aan het verleden. Een Amerikaanse vriend gaf als titel voor mijn boek mee “Suriname, a nation stuck in history”. Dat is de perceptie buiten en jammer genoeg lijkt het een correcte observatie. Wij moeten meer naar de toekomst kijken. Die frustraties rond de onderhandelingen van 1975 komen steeds opnieuw naar boven. Gelukkig is sparringpartner Jan Pronk van het toneel verdwenen, want je werd moe van steeds dezelfde bokspartij. We moeten uit de oude kaders stappen en mensen met frisse ideeën in de ring zetten.”

(verschenen in Paramaribo Post 13 maart 2003)