Terug naar Normale versie

Persbericht UPSDOE 2 juli 2005

NATIONAAL KABINET WENSELIJK MAAR NIET HAALBAAR

Tijdens het gesprek van de delegatie van UPSDOE met de informateurs van de NDP op 29 juni werd gevraagd naar de visie van de combinatie over de huidige formatiepogingen en de mogelijkheden om te komen tot een brede regering.
UPSDOE gaf aan dat de werkwijze die bij de regeringsformatie van het Nieuw Front e.a. gevolgd wordt helaas weinig reden tot optimisme biedt. Men heeft namelijk het beleid, en m.n. een regeeraccoord dat de basis daarvan zou moeten zijn, naar achteren geschoven en is primair met positionering en partijpolitieke invulling van deze posities bezig. Daarbij worden sterke etnische en partijsentimenten gehanteerd bij het claimen en verdelen van de posities, welke geen vertrouwen uitstraalt. Ook blijkt dat bij de besprekingen diverse personen die in opspraak zijn in de samenleving woordvoerders zijn. De verwachting wordt door dit hele proces gewekt dat deskundigheid en goed beleid niet centraal zullen staan bij de nieuwe regering. UPSDOE hoopt uiteraard dat deze verwachtingen gelogenstraft zullen worden en dat het nationaal belang toch centraal zal staan, maar dat zal de praktijk moeten uitwijzen.

Ten aanzien van de verkiezingsuitslag gaf UPSDOE aan dat zij zelf het electoraat gewaarschuwd had voor een onwenselijke uitkomst. De combinatie was voorstander van een brede nationale regering en heeft de kiezers gevraagd om een mandaat voor die brede samenwerking. De kiezers hebben echter duidelijk voor polarisatie gekozen en niet voor de partijen in het midden zoals UPSDOE. Vandaar dat de uitslag niet geinterpreteerd kan worden als een keuze voor een nationaal kabinet. De uitslag toont aan dat de kiezers juist aan de grootste tegenstanders van elkaar –het Nieuw Front en de NDP– zetels hebben gegeven. Dit betekent dat men kennelijk liefst een politiek kabinet wilde o.l.v. het Nieuw Front of van de NDP. De kiezer wist vooraf zeer goed dat er geen samenwerking tussen deze beide combinaties verwachtbaar was. Noch het Nieuw Front noch de NDP hebben in hun campagne immers aangegeven dat zij richting een nationaal kabinet zouden koersen. De kiezers die tegen deze polarisatie waren hadden daarnaast genoeg keuze om op andere partijen te stemmen, maar hebben dat niet in grote getalen gedaan. Na de verkiezingen hebben de andere partijen met zetels zich ook niet uitgesproken voor een brede samenwerking. Zowel de A-Combinatie als A1 hebben zich vrij snel richting NF bewogen en zijn thans in een vergevorderd stadium van het maken van politieke afspraken. Ook maatschappelijke groeperingen zoals de vakbeweging, bedrijfsleven, beroepsorganisaties, de media en zelfs een aantal kerkelijke organisaties hebben zich tijdens de campagnes niet uitgesproken voor een nationaal kabinet, maar veelal juist verkapte dan wel openlijke stemadviezen gegeven richting NF of NDP. De groeperingen die zich niet hebben uitgesproken hebben ook niet gewaarschuwd tegen de politieke polarisatie, maar zich ‘low profile’ gehouden. Men heeft dus over het algemeen beschouwd juist voor polarisatie gekozen –of deze niet tegengehouden- en niet voor een nationaal kabinet. UPSDOE ziet dan ook heel weinig electorale en maatschappelijke ondersteuning voor een nationaal kabinet, hoezeer de combinatie dat zelf wenselijk vindt. Kortom de slagingskansen van de informateurs om te komen tot een sterke en breedgedragen regering schat UPSDOE gering in. De combinatie heeft tegen de informateurs overigens ook gesteld dat de samenleving niet gebaat zal zijn bij een herhaling van een situatie bij de presidentsverkiezing zoals die zich in 1996 heeft voorgedaan.


Dit artikel is online bereikbaar: http://doepartij.org/artikel/nationaalkabinet/
De Politieke Partij voor Democratie en Ontwikkeling in Eenheid (DOE)